Zandvoort als badplaats

Het dorp Zandvoort kwam tot bloei in de 19e eeuw. In het jaar 1824 vormde zich een commissie van grootgrondbezitters waaronder de ambachtsheer van Zandvoort, Jhr. W. Ph. Barnaart, Prof. D.J. van Lennep en andere heren. Zij wilden op de enige toegangsweg naar Zandvoort, een zandpad met in de zomer mul zand en ’s winters bij sneeuw en regen totaal onbegaanbaar, een bestrating van klinkers aanleggen zodat aan- en afvoer naar Zandvoort vanaf de Herenweg in Heemstede gemakkelijker kon plaatsvinden. De bedoeling was om dit zeer verarmde dorp wat meer mogelijkheden te verschaffen buiten de visserij en aardappelteelt. Rond 1825 werd onder andere hiermee de aanzet gegeven voor het einde van het isolement en daarmee het begin van de welvaart. Ook heeft men toen de Hogeweg aangelegd en stichtte men bovenop het zeeduin een badhuis dat gereedkwam in 1828. Het baden vond hoofdzakelijk plaats in het hotel. Het zeewater werd met paard en een kar, bekleed met een zinken binnenbak, uit de zee gehaald en in de binnenbaden gekiept. Men kon kiezen uit warme of koude baden, zeewaterdouches of het drinken van het, toen nog zuivere, zeewater als kuur. Rond 1850 werd de eerste badkoets aangeschaft en daarna verscheen in 1870 de babbelkoets. Dit was een gezelschapswagen bestaande uit een overkapping met een gesloten achterwand en een dwarsliggende lange bank voor 8 tot 10 personen die in de branding werd gereden met alleen het zicht op de aanrollende zee. Na de aanleg van de spoorbaan in 1881 kwam het badleven pas echt goed op gang. Er werden vier badinrichtingen geopend. Hier kon men door middel van een koets, en onder toezicht van een badman of badvrouw, in een gehuurd badkostuum onder de luifel van een onderdompeling in het zilte nat genieten. Degenen die hier logeerden waren vaak families die hier 3 of 4 maanden verbleven. In 1900 hadden veel rijke families hier een tweede huis, al dan niet voorzien van een veranda. De Haarlemmerstraat is hier een goed voorbeeld van. De wat minder bedeelden huurden hun kamers bij de Zandvoortse bevolking als zogenaamde badgasten.