Zandvoort als badplaats
Zoals gezegd kwam er rond 1880 definitief een eind aan de visserij in Zandvoort. Gelukkig kwam er iets heel moois voor in de plaats: Badgasten!Vanaf ongeveer 1830 kwam het badleven schoorvoetend op gang. Het baden geschiedde toen compleet anders dan wij nu gewend zijn.
Artsen schreven vaak (water)kuren voor als heilzaam middel tegen diverse kwalen (bijvoorbeeld astma, huidziektes en tegen maag- en darmkwalen). Het kuren vond plaats in hotels; men haalde het zuivere zeewater met paard en wagen op in grote zinken teilen en de gasten werden dan ter plekke voorzien van warme of koude baden van het – toen nog – heldere zeewater. Ook werden er drinkkuren van zeewater gegeven.
Rond 1850 verscheen de eerste badkoets en rond 1870 kwam het fenomeen Babbelwagen op. Dit was een flinke koets, geschikt voor 10 personen. Deze koets werd het water ingereden en zodanig opgesteld dat men vrij zicht had op de aanrollende zee. Men kon dan, onzichtbaar voor nieuwsgierige kijkers, het water in- en uitgaan.
Het badleven kreeg pas echt een grote impuls toen Zandvoort in 1881 werd aangesloten op het spoorwegnet en men (toen al!) een directe verbinding verkreeg met het Zwitserse Basel. Nog steeds is Zandvoort de enige badplaats in Nederland met een directe treinverbinding tot bijna letterlijk op het strand!
De mensen die het konden betalen verbleven soms wel 3 maanden in Zandvoort om van het zilte nat en de gezonde lucht te genieten.
![]() |
![]() |
![]() |




