De historie

Waar komt de naam Zandvoort vandaan?
De naam is afgeleid van de naam Sandevoerde. In die oude naam ziet u twee woorden: 'Sande' en 'Voerde'. 'Sande' betekent de duinen of het zand. Een 'Voerde' of 'Voorde' is de aanduiding van een doorwaadbare plaats. Als achtervoegsel vinden we het wel in meer plaatsnamen terug. Door de eeuwen heen zijn de duinen moerassig en vrijwel onbegaanbaar geweest. Het ging daarbij om uitersten: enerzijds kale stuivende zandbergen en anderzijds natte moerassige valleien, met veel rellen en binnenmeren. De naam Zandvoort gaat dus terug op een aanduiding van een doorwaadbare plaats in het zand.

Zandvoort als vissersplaats
Ruim 1900 jaar geleden was de zeespiegel lager. Aan de kust, op de uitgestrekte strandvlaktes, had de wind vrij spel.Door grote zandverstuivingen ontstonden de jonge duinen. Jong in vergelijking met de eerder ontstane oude strandwallen, die we vandaag de dag een paar kilometer landinwaarts tegenkomen en waarop onder andere de stad Haarlem is gebouwd. Deze strook oude duinen loopt grofweg gesteld tussen Den Haag en Haarlem. Op sommige plaatsen is hij afgegraven ten behoeve van de bloembollenteelt.

In het jonge-duinengebied, aan de kust, waar Zandvoort ligt, streek een klein aantal vissers neer. Ze hadden een duidelijke reden om voor deze plek te kiezen. Hier was de jonge-duinenrij onderbroken en hadden ze vanaf het strand toegang tot de lager gelegen binnenduinen. In de beslotenheid van de duinen ontstond omstreeks 1100 het dorp Sandevoerde. Beschut. Veilig voor zwaar weer. Nog steeds ligt een deel van het centrum in de kom, waar het allemaal ooit eens begon.
Eeuwenlang was de visserij het hoofdmiddel van bestaan voor de Zandvoorters. Doordat een haven ontbrak, was men aangewezen op bomschuiten: vissersboten die men het strand op kon trekken. Dit heeft technologische vernieuwingen in de weg gestaan. Het ontbreken van een goede verbinding met het achterland zorgde er daarnaast nog eens voor dat Zandvoort lange tijd in een isolement leefde.

De Franse overheersing aan het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw is rampzalig geweest voor Zandvoort. De visserij ondervond grote belemmeringen door de oorlog tussen de Engelsen en de Fransen. Zo werd het in 1795 door de Franse bezetter verboden met visschuiten te varen. Ze dienden ongeschikt gemaakt te worden voor de visserij: roer en zeil moesten verwijderd worden. Een jaar later mocht er weer gevist worden. Dat was een hele opluchting voor de ongeveer 80 vissers, 50 viskopers, 10 zeemannen en het handjevol scheepstimmermannen, visdrogers, zeilmakers die de kern vormden van de Zandvoortse vissector.

Wie in die dagen de zee op ging liep echter wel het risico om door de Engelsen te worden opgebracht. De beste boten werden ingepikt. De bemanning kon met de slechtste boot huiswaarts keren. Soms werden vissersschuiten beschoten. Ook is het dorp een keer vanuit zee beschoten door de Engelsen. In 1803 kreeg het gemeentebestuur de aanschrijving om de schuiten achter het duin, uit het zicht van de Engelse oorlogsschepen te plaatsen. Opnieuw konden de gewone visschuiten niet uitvaren. In 1804 vroegen het gemeentebestuur en de reders toestemming aan de Franse Generaal Dumenceau, commandant van de Bataafsche Armée te Haarlem om weer te mogen vissen op de Noordzee. De toestemming werd onder strikte voorwaarden verleend. Met alle risico's van dien.

Aardappels uit de duinen
De 19e eeuw was in vele opzichten een keerpunt in de geschiedenis van Zandvoort. De duingronden tussen Zandvoort en Haarlem kregen in de 19e eeuw een opmerkelijke bestemming. Beroemd (en ook een beetje vergeten) is de aardappelteeltrage in die dagen. Grootgrondbezitters als J.N. van Eys en professor D.J. van Lennep begonnen in de vroege 19e eeuw grote delen van de duinen te ontginnen ten behoeve van de akkerbouw. In de duinen kwamen weiden en werden op de hogere delen onder andere haver en rogge verbouwd. Van Lennep richtte zich met name op de aardappelteelt. Hij groeide uit tot grootleverancier van duinaardappelen. Zijn succes prikkelde velen tot navolging; de aardappelteelt werd een ware rage. Vooral bij Zandvoort werden overal in het duin zogenaamde aardappelhoeken aangelegd.

In 1859 werden in de duinen 500 bunders met aardappelen beteeld door de inwoners van Zandvoort, Haarlem en Bloemendaal. De grond werd gepacht van de duineigenaar jonkheer W.Ph. Barnaart. Naast de vele kleine telers waren er in Zandvoort zeven grote aardappelboeren, waarvan de grootste zeven bunders duingrond beteelde.

De aardappelteelt nam een hoge vlucht. In 1875 werd in de gemeente Zandvoort 760 hectare met aardappelen ingepoot. Deze uitbreiding was weer mogelijk doordat de grondwaterstand werd verlaagd door de waterwinkanalen die in de duinen ten zuiden van Zandvoort werden aangelegd. Decennia lang zouden deze kanalen een centrale rol spelen in de waterwinning voor de regio. Sommige voorheen drassige duindelen konden door de waterwinkanalen in cultuur worden gebracht. Ook op die delen werden aardappelen geteeld.

De duinaardappelen waren door hun uitstekende kwaliteit veel gevraagd. Ze werden ook aan het buitenland verkocht. Het grote succes van de aardappelteelt in de duinen was ten dele een gevolg van de gevreesde aardappelziekte die zich in het midden van de 19e eeuw in Nederland en daarbuiten verbreidde. In Ierland zou de aardappelziekte grote hongersnood veroorzaken, die op zijn beurt de emigratie naar de Verenigde Staten van Amerika zou stimuleren. In Nederland bleven de Zandvoortse duinen vrij van de aardappelziekte.

Nu is de grootschalige aardappelteelt voorbij. Moderne landbouwtechnieken hebben de teelt verplaatst naar andere gebieden, maar nog steeds zijn er Zandvoorters die hun eigen aardappeltjes telen. Ze weten wat voor een lekkernij de Zandvoortse duinpieper is. Medio 2000 zijn er pogingen ondernomen om de duinpieper weer terug te laten komen. Gemeentewaterleidingen Amsterdam laat drie teellandjes gebruiksklaar maken in de Zuid Duinen direct nabij de gemeente.

Zandvoort als badplaats
Het dorp Zandvoort kwam tot bloei in de 19e eeuw. Rond 1825 werd de aanzet gegeven voor het einde van het isolement en daarmee het begin van de welvaart. Onder leiding van ambachtsheer jhr. W.Ph. Barnaart rees bij een aantal Haarlemse notabelen het plan een badhuis aan zee te stichten dat bereikbaar moest zijn over een nieuwe klinkerweg.

In 1828 werden het badhuis en de nieuwe Zandvoortselaan in gebruik genomen. Hiermee was het startsein gegeven voor de ontwikkeling van Zandvoort tot toeristische trekpleister. Binnen niet al te lange tijd verschenen er hotels en winkels, en werden villa's gebouwd. De recreatieve functie van Zandvoort werd nog meer versterkt door de aanleg van een spoorwegverbinding in 1881. Zandvoort was voor die tijd een mooie en luxe badplaats. Na de Eerste Wereldoorlog kwam ook de aantrekkingskracht van Zandvoort als woonplaats tot uitdrukking. Ten oosten en zuiden van de dorpskern ontstonden nieuwe woonbuurten.

Bunkers in de duinen
De Tweede Wereldoorlog had voor het mooie Zandvoort desastreuze gevolgen: na de evacuatie, in 1942, werd het oude dorp door de bezetter nagenoeg met de grond gelijk gemaakt. Er werden bunkers gebouwd en in de duinen werden lanceerplaatsen voor V1-raketten aangelegd. De werken waren onderdeel van de beruchte Atlantikwal: een verdedigingslinie waarmee de bezetter een aanval vanuit zee dacht te kunnen afslaan.

Na de oorlog, stond de wederopbouw vooral in het teken van woningbouw. Er verschenen voor die tijd luxueuze flats aan de kust. In de jaren vijftig nam de recreatie echter weer een vlucht en groeide Zandvoort uit tot de plaats die het nu is: een belangrijke badplaats waar het tevens goed wonen is. Miljoenen gasten laven zich aan de Zandvoortse Heerlijkheden.

Bericht aan de toekomst
De geschiedenis van Zandoort houdt niet op. Het schrijven ervan wordt zeker niet alleen maar overgelaten aan historici. Het nieuwe millennium begon met het begraven van de Schat van Zandvoort. U vindt nabij het Raadhuis aan het begin van de Haltestraat in het trottoir een gedenksteen die de plaats van de schat markeert. Honderden Zandvoorters hebben hun verhaal in de kist gestopt, die pas over 99 jaar, aan het begin van de 22 ste eeuw opgegraven mag worden. Hun anekdotes, brieven en dossiers zullen het nageslacht verhalen over het leven in Zandvoort. Hoe mooi het was.

Zandvoorts Museum
Voor meer informatie over de geschiedenis van Zandvoort kunt u terecht in het Zandvoorts Museum. Het museum huisvest een oudheidkundige afdeling, waar de Zandvoortse historie wordt tentoongesteld. Stijlkamers, visserij-attributen, scheepsmodellen, schilderijen, foto's, modellen van oude gebouwen en videoprestentaties verbeelden de overgang van vissersplaats naar badplaats voor een groot publiek. Daarnaast is ook ruimte voor wisselende exposities, waar naast historische en educatieve onderwerpen ook lokale en hedendaagse kunst aan de orde komen.

Bron; www.zandvoort.nl